Kerstbomenjacht.
Eindelijk is de Kerst voorbij, even niet meer naar opa’s, oma’s, ooms en tantes. Lekker weer de straat op en deze keer niet met een bal. Nee, de kerstbomenjacht is begonnen. 
Dus eerst maar eens bij de buren een stuk waslijn stelen. Niet thuis natuurlijk, want dan hadden je ouders meteen door wat je van plan was. Op de dag na Kerst misten veel huisvrouwen een stuk van hun waslijn.
Vervolgens de fabriek in, op zoek naar Hannes. Ik weet niet of dat zijn echte naam was, maar iedereen noemde hem zo. Hannes was in mijn ogen een oude man die al honderd jaar in de melkfabriek werkte en die, als hij je geklier in de fabriek zat was, je een kolere schop kon geven. Maar in dit geval kwam ik netjes om een stukje elektriciteitspijp vragen. Hoe lang mot ie zijn? vroeg Hannes. Zo lang en ik wees een lengte van pakweg dertig centimeter aan. Zo’n kort stukkie, lachte Hannes, wat ga je daar mee doen dan? Voor de kerstbomenjacht, zei ik. Hannes begreep het meteen, Oh ga je een zweep maken! Kijk je wel uit dat je geen klappen krijg jochie. Nee hoor, antwoordde ik. 
Hannes had altijd wel ergens in de fabriek wat liggen en kwam met een stuk plastic pijp terug. Is dit wat, vroeg hij. Ik vond het perfect. Waar is je touw? vroeg hij. Ik haalde het uit mijn broekzak. Zal ik even een zweep voor je maken? Hannes zette in een mum van tijd een zweep in elkaar met her en der wat knopen erin. Zo maakte ik ze vroeger ook, vertelde hij met veel plezier. En je zegt niets tegen je moeder hoor. Nee hoor, en ik rende blij met mijn zweep richting het Koekoeksplein. 
Onderweg pikte ik een kerstboom op en sleepte deze mee naar het plein. Daar had zich al een stel bekenden verzameld. Jantje, Ronnie, die Schele en Pukkel, dat waren jongens die bij mij aan het Zwartewater woonden. Gooi die boom maar onder die auto daar, riep Jantje. Jantje en zijn broer  Ronnie woonden bij mij aan de overkant. Het groepje groeide aan tot zo’n man of dertig, variërend in de leeftijd van 13 tot en met 18 jaar. Voorlopig namen de oudsten de leiding. 
We gaan naar het Willem van Abcoudeplein, daar hebben ze veel bomen verstopt, zei Rene, één van de oudere jongens. Een man of vijf moest achter blijven om de bomen te bewaken. De rest van ons ging op jacht. Gewapend met onze zwepen, stukjes elektriciteitspijp met daar doorheen een anderhalve tot twee meter waslijn met her en der wat knopen. De bedoeling was om daarmee iets boven je hoofd rond te draaien om zo je ‘vijand’ op afstand te houden en zo nodig elkaar te raken natuurlijk. De ongeschreven wet schreef voor dat je nooit op het gezicht sloeg, dat mocht alleen maar met je vuist. In het nieuwe jaar waren deze ‘vijanden’ op school gewoon weer je vrienden. 
Na een minuut of tien lopen kwamen we onze ‘vijanden’ al tegen. Nu was het eerst even aftasten, wat roepen, schreeuwen en kijken wie het minst bang was. Vandaag had ik de pech, of misschien ook wel het geluk, dat ik naast Jantje liep en die was werkelijk nergens bang voor. Aanvallen, riep hij en hup daar gingen we op die jongens af. Zoals altijd liepen er een paar weg en een aantal bleven staan. Dan is er dus ook geen weg meer terug en ga je het gevecht aan. Een paar rake klappen met zweep en vuisten werden er uitgedeeld. Snel kwamen wij er achter dat we maar met een man of vier stonden, de rest stond op afstand te kijken. Jantje voelde als vanzelfsprekend aan wie de leider van de groep was. Die daar moeten we hebben, riep hij en wees naar een van de grotere jongens in de groep van onze tegenstanders. Met drie man doken we op hem af en pakten hem flink aan. Hij schrok zo dat hij niet wist hoe snel hij weg moest komen en rende hard weg, gevolgd door zijn groep. 
Intussen had de rest van onze groep ook moed gekregen en durfden het gevecht aan. We liepen ze hard achterna. Her en der werden er onderweg wat klappen uitgedeeld. De kerstbomen van de ‘vijand’ werden als trofee onder de auto’s bij het Willem van Abcoudeplein weggehaald en triomfantelijk naar het Koekoeksplein gesleept. Vervolgens ging daar meteen de fik in. 
Voordat ik ‘s avonds naar huis ging, verstopte ik eerst de zweep bij de schoorsteen in de fabriek, dan ging ik pas naar binnen. Mijn moeder was meteen weer boos. Heb je met die kerstbomenjacht mee gedaan? Nee, loog ik. Maar ik vergat dat ik naar de kerstbomen brandlucht rook en ook nog de nodige zichtbare lichamelijke schadeplekken op lichaam en kleding droeg. Ik viel meteen door de mand. Met een paar klappen voor mijn kop werd ik dan naar mijn kamer gestuurd. Met de vermelding dat als je vader straks langs komt, ik het wel zal merken. Dat viel meestal wel mee, omdat die ouwe te moe was om boos te worden en snakte naar zijn flesje bier. En de volgende dag? Dan ging de jacht gewoon weer verder. 

De jacht op de kerstbomen en de klappen van de zweep, een jaarlijks avontuur 
Op straat gegooid om te branden zonder lampjes, maar door een groot vuur 
De bomen worden verstopt onder de auto’s op het Koekoeksplein
Met alleen de vrienden uit jouw buurt, de anderen zullen even je vrienden niet zijn
Een kleine oorlog voor meestal een kale boom met een enkele naald
Een grote groep met zwepen van plastic pijp en waslijn bij de buurvrouw weggehaald
De zwepen kletteren op de jassen en vuisten vinden je neus, het is vijf minuten vechten op straat
Je vijand slaat je net niet te hard, want in het nieuwe jaar is hij op school weer je maat
Wanneer de vijand vlucht, zijn hun bomen voor de winnaar
Je mag vertrekken met hun bomen en terug op het plein leggen we ze vast klaar
Boven op elkaar, daarna verdwijnt een brandende krant tussen de bomen
Bij het vuur worden verhalen over het gevecht steeds groter en mooier dan we kunnen dromen
Stinkend van de rook, breng jij je moeder van de kook en trekt ze stevig van leer 
Een klap voor je kop en zonder eten naar bed, maar liggend in bed denk ik: morgen ga ik weer!

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401

Auteur: admin

Ik ben Toon Lagas, een Utrechtse schrijver, dichter en verteller. In 2019 is mijn boek ‘Toon de Woordenbende’ uitgekomen. Een Woordenbende is een kort verhaal dat eindigt met een gedicht. De illustraties zijn van Marion Smit. Mijn verhalen op mijn blog Toondewoordenbende zijn sinds juli 2018 al 35.000 keer gelezen. In 2017 is mijn eerste boek ‘De Piano’ met verhalen en gedichten rondom de beroemde piano op het CS Utrecht uitgekomen. Dit boek kreeg veel aandacht op RTV Utrecht en op RTL TV. Ik volg met mijn hart en mijn ogen de dagelijkse gebeurtenissen en maak nieuwe herinneringen en beschrijf het leven in Utrecht vol gevoel en humor.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.