Het stadion met alleen maar skyboxen

Het stadion met alleen maar skyboxen.
Natuurlijk bestaat zoiets niet, ik was een jaar of dertien toen wij naar een flat op het Schonauwensingel in de wijk Hoograven verhuisden. Dat was een nette buurt zei mijn vader.

Gelukkig viel dat wel mee, het was zeker niet zo’n buurt als het Zwartewater, maar erg veel scheelde het ook weer niet.
Ons ‘stadion’ bestond uit vier flatblokken met daar tussenin een groot grasveld.

Op dat veld werd altijd met een man of twintig gevoetbald. Je kent dat wel, aan elke kant van het veld een stapel jassen die als doelpaal dienden. De twee teams werden gevormd door het moment van aankomen lopen. Speelde op dat moment team A met negen man en team B met tien man dan speelde je automatisch met team A mee. Iedereen kon altijd meedoen.

Op bijna alle balkons stonden vooral de vaders vanuit hun ‘skyboxen’ met een biertje in de hand te kijken. De aanwijzingen en commentaren verschilden niet veel van die je op zondag in het stadion hoorde. Schieten, leg hem neer, oooooeeeeeiiii, let eens op! Van vaders waarvan hun zoon flink werd onderuit gehaald moest niet veel mededogen worden verwacht. Opmerkingen van vaderlief als ‘ja joh opstaan, had je maar moeten opletten’ en ‘daar word je hard van’ waren niet van de lucht. Ook 7 je een flinke trap had gehad en barstte van de pijn liet je niets merken, want je kreeg toch geen steun van je oude heer.

Regelmatig vonden de vaders dat zij ook maar eens moesten laten zien dat zij konden voetballen. Dan was het de oudjes tegen de jonkies. De oudjes vergaten elke keer weer dat zij zo langzamerhand een aardige buik hadden gevormd en de conditie ook niet meer zo goed was. Met fysieke kracht en harde tackels redt je het maar even tegen geharde jonge pubers van veertien tot achttien jaar oud. Snel kwamen ze dan met een voorstel om de teams te mengen. Deze wedstrijden gingen dan door tot het zo donker was dat je de bal niet meer kon zien. De eerste week daarna deden de oudjes niet meer mee en bleven ze toekijken vanaf hun balkons (‘skyboxen’) waar ze werden bediend door moeder de vrouw met een biertje in de hand. Zij bleven ‘adviezen’ geven en hadden vooral onderling vooral veel schik met elkaar.

Het Voetbalveld tussen de vier flatgebouwen
De balkons dienden als skyboxen waar vaders riepen hoe we op moesten bouwen
Kijkend hoe hun kinderen vol van het spel genoten
Niemand had hetzelfde shirt aan en toch wist je wie zich bij jou had aangesloten

Altijd hard en toch sportief, watjes veranderden in grote pubers die je niet meer opzij kon zetten
Vaders deden soms mee, gewicht en jaren werkten tegen, zweten en hijgen deed ze zwijgen
Maar op het balkon waren het trainers die het allemaal beter wisten
Er was nooit ruzie, maar fijnzinnig en scherp werd gereageerd op hen die de bal uit het net visten

Een stadion van vier flat gebouwen, zonder tribune maar met balkon en plaats voor hooguit twee
Altijd werd er meegeleefd en als zij zich niet konden inhouden, dan deden ze gewoon mee

Auteur: admin

Ik ben Toon Lagas, een Utrechtse schrijver, dichter en verteller. In 2019 is mijn boek ‘Toon de Woordenbende’ uitgekomen. Een Woordenbende is een kort verhaal dat eindigt met een gedicht. De illustraties zijn van Marion Smit. Mijn verhalen op mijn blog Toondewoordenbende zijn sinds juli 2018 al 35.000 keer gelezen. In 2017 is mijn eerste boek ‘De Piano’ met verhalen en gedichten rondom de beroemde piano op het CS Utrecht uitgekomen. Dit boek kreeg veel aandacht op RTV Utrecht en op RTL TV. Ik volg met mijn hart en mijn ogen de dagelijkse gebeurtenissen en maak nieuwe herinneringen en beschrijf het leven in Utrecht vol gevoel en humor.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.