Uitzicht op een haringman

Dit verhaal is ook te beluisteren op : https://anchor.fm/toon-lagas/episodes/Zicht-op-een-Haringman-e150vf1

Een haring zonder ‘uitjes’

Smorgens in  vis winkel  in Utrecht kocht ik een haring.

‘Uitjes?’ vroeg de man in het witte jasje.

Hij was fors en breedgeschouderd en zijn haar grijsde al – een voetbalgek  net als ik dacht ik en die net als ik , die geen zondag in de Galgenwaard ontbreekt.

‘Geen uitjes,’ antwoordde ik.

Er stonden nog twee mannen te eten, die overalls droegen en bij elkaar hoorden.

‘De een neemt er een uitje bij en de ander neemt er geen uitje bij,’ stelde een van de mannen ruimdenkend vast.

De haringman knikte.

‘Zo zal ik er nooit zuur bij nemen,’ sprak de andere man, op de wat bekakte toon waarop een meisje een kleine, lieve charme vermeldt, die ze nu eenmaal bezit.

‘Geef me er nog maar een,’ zei ik.

‘ Ik was even in gedachten ‘

De haringman sneed ’m in drieën en greep met zijn glimmende hand in de bak met uitjes.

‘Nee, géén uitjes,’ riep ik.

Hij glimlachte verontschuldigend.

‘Ik was even in gedachten,’ zei hij.

Een vrouw met nieuws

De mannen in overall namen er ook nog een en begonnen een soort twistgesprek over een kleinigheidje, waarin ze elkaar geen gelijk wilden geven. Ik zag ze er nog mee bezig toekn ik al betaald had en in een café, vlak tegenover de viswinkel, aan een tafeltje bij het raam plaatsnam. Eigenlijk discussieerde zij best heftig. Een boer heeft me eens verteld dat, als ’s Ochtens vroeg de eerste haan begint te kraaien, alle hanen in de omgeving het ook gaan doen, alleen om hem in volume te overtreffen. De meeste mannenlevens komen hierop neer.

‘Wat zal ’t wezen?’ vroeg de oude juffrouw van het café.

‘Koffie.’

Terwijl ze naar het buffet slofte kwam een dik, slonzige vrouw  binnen, dat haar kapsel maanden geleden stro geel liet verven, maar later overweldigd werd door een heimwee naar haar eigen bruin, zodat ze nu een tweekleurige Bos op haarkop droeg.

‘Heb je ’t gehoord?’ riep ze.

‘Wat?’

‘De zoon van die haringboer aan de overkant is toch gisteren met zijn brommer tegen de tram gereden?’ vervolgde ze. ‘Nou, hij is mooi dood hoor. Ze zijn ’t hem net een halfuur geleden komen vertellen.’

De oude juffrouw zette de koffie voor me neer.

‘’t Is wat…’ zei ze.

Ik keek naar de overkant.

De ruziemakers in overall waren verdwenen. De haringman stond, breed en fors, zijn visjes schoon te maken met een automatisch geworden vaardigheid.

‘Een jongen van zeventien,’ zei het dikke mens. ‘Hij leerde voor banketbakker. En hij het laatst nog een derde prijs gewonnen met een kasteel van chocola.’

‘’t Zijn rotdingen, die brommers,’ zei de oude vrouw.

Geheimzinnig

Het gezicht van de haringman drukte in het geheel niets uit. Geen smart, geen ontsteltenis, geen wanhoop, geen melancholie. Niets. Hij hielp nu een juffrouw, die er een aantal mee moest nemen in een papiertje.

‘En die jongens willen altijd bluf rijden op zo’n ding,’ zei het dikke mens. ‘Maar zo’n tram gaat niet opzij.’

Aan de overkant gaf de haringman de juffrouw haar wisselgeld. Toen ging hij weer schoonmaken.

Niets zag je aan hem ‘Mensen zijn geheimzinnig,’ dacht ik

Terwijl het zinnetje me te binnen schoot, herinnerde ik me opeens dat hij, bij die tweede haring van mij, in verband met de uitjes glimlachend had gezegd:

 ‘Ik was even in gedachten.’

Stuffie Hoograven

In de jaren zeventig verhuisden wij van het Zwartewater naar Hoograven. Eindelijk hadden mijn ouders een fatsoenlijk gezinsappartement toegewezen gekregen. Ruim, en voor ons allemaal een eigen kamer, aan de voorkant uitkijkend op het Schonauwensingel, aan de achterkant lag tussen de gebouwen in een mooi voetbalveldje.

Het hele gezin was er blij mee en mijn broer en ik maakte ook snel vrienden in deze buurt. Al snel kwam op een vrijdag de vraag ‘Ga je vanavond mee naar Stuffie’?  ‘Stuffie, wat is dat?’  ‘Daar is vanavond disco’, werd er kort meegedeeld. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en natuurlijk ging ik mee. Ik keek die avond mijn ogen uit we liepen naar een houten gebouwtje waar al de nodige muziekgeluiden uitkwamen. Op het terrein van Stuffie stonden fietsen en vooral Zundapp bromfietsen die gelijk mijn aandacht trokken. Ik keek mijn ogen uit, wat een gave dingen. Binnen was een ruimte met een verhoging waar de discjockey zijn platen draaide.

Tot op dat moment had ik nog niet zo veel van de toen hedendaagse muziek meegekregen. Er werd van alles gedraaid maar die muziek van Deep Purple en Ten Years After, WOW! Je kon er voor weinig wat te drinken of te snoepen halen. Er werd rondgehangen gedanst, aan brommers gesleuteld en ook wel gevochten, soms onder elkaar of tegen groepen uit andere wijken. Het was een plek waar ik mij in die jaren gelijk thuis voelde. Ik heb daar talloze verkering drama’s meegemaakt en de nodige vriendschappen gesloten.

Ook had Stuffie een sociale functie. De straathoekwerkers die daar rondliepen waren er voor ons. Gesprekken die daar gevoerd werden bleven binnen de muren van Stuffie. Deze straathoekwerkers kwamen uit dezelfde wijk en kenden hun pappenheimers wel. Ze konden je een aai over je kop geven maar ook met even veel gemak een schop voor je donder wanneer dat nodig was. Ook sleutelden zij enthousiast mee aan je brommer. Wij hadden natuurlijk niet door dat zij tijdens het sleutelen ongemerkt de nodige informatie over je thuissituatie, schoolproblematiek en andere problemen van je door kregen. Wanneer jij dan thuis, op school of met de politie in de problemen kwam, konden zij je helpen of bemiddelen. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer er in deze tijd meer van dit soort opvangmogelijkheden voor de jeugd zou zijn, de jeugdcriminaliteit ook een stuk minder zou zijn.

Voor mij was het een tijd die ik niet heb willen missen.

Stuffie een houten barak

Voor ons een onderdak

Je kon daar rondhangen

Dansen en headbangen

Sleutelen aan je bromfiets

Ruziën om niets

Verkeringen gingen aan en uit

Oplossingen voor wat je had verbruid

Problemen werden daar weggevaagd

Voor een oplossing werd je uitgedaagd

Je leerde voor jezelf opkomen

Zo konden wij in ons leven verder komen

Mijn theaterdebuut

Het was maart en ik was druk met mijn theaterdebuut, want op 24 mei zou het gaan gebeuren. Ik heb altijd de wens gehad om in het theater op te treden. Het kwam er nooit van omdat ik tot mijn 58e met ADHD heb rondgelopen zonder dat ik daar weet van had. Het gevolg daarvan was dat ik nooit iets af maakte, waardoor niemand echt vertrouwen in mij had.

Wanneer ik daar vroeger over praatte, werd ik nog net niet uitgelachen. Wat moet jij nu in het theater met die stem van jou, wat ga je dan doen? Zingen? Dan liet ik het er maar bij.

Totdat ik medicatie voor mijn ADHD kreeg voorgeschreven. Velen van jullie die mijn Woordenbendes volgen kennen de resultaten en hebben mij misschien al eens kleinschalig zien optreden. Maar op 12 maart was het dan zo ver: ik stuurde mijn getekende overeenkomst naar Het Werftheater en op 24 mei 2020 zou ik mijn debuutoptreden verzorgen in een uitverkochte zaal. Ik hoefde mij alleen nog maar op mijn teksten en het oefenen te concentreren. 

Mijn teksten en liedjes waren klaar. Ik had gitarist Hans gevonden die mij op het podium wilde begeleiden, niets kon mijn optreden meer verstoren.

Als voorbereiding had ik een huisje op een park gehuurd op de Veluwe, zodat ik in alle rust mijn teksten uit het hoofd zou kunnen leren. Ik had werkelijk alles voor elkaar.

En toen kwam corona! Vervolgens verscheen Rutte met een toespraak op TV en boem, het was voorlopig gedaan met mijn debuutoptreden. Alle maatregelen waren natuurlijk volkomen terecht, er was wel even iets anders aan de hand in de wereld en ons landje. Ik was niet blij maar ik kon het goed begrijpen.

Gelukkig meldde Het Werftheater dat mijn optreden zou worden verplaatst naar 24 juni. Ik dacht even: eigenlijk is dit wel gunstig, want nu kan ik nog meer oefenen, schrijven en bijslijpen aan mijn theaterstuk. Nadat alle bezoekers op de hoogte waren gesteld ben ik mij verder gaan concentreren op mijn theaterprogramma. 

Wat je kon verwachten gebeurde vervolgens ook, na de laatste grote persconferentie van Rutte bleek dat mijn voorstelling op 24 juni ook niet door zou gaan. Weer reageerden de medewerkers van Het Werftheater snel: Toon maak je geen zorgen, we verplaatsen jouw theaterprogramma naar 2 september. Het lijkt erop dat dit optreden wel zal doorgaan, al zullen alle bezoekers een mondkapje moeten gebruiken.

Nu zit ik dus op dat bungalowpark in Epe, de plek waar ik al mijn teksten uit mijn hoofd zou leren. Het is perfect hier, absoluut stil, een heerlijke plek om jezelf op te sluiten, af te zonderen en je teksten te repeteren. Maar dat bleek een beetje te vroeg. Ik heb deze periode hier gebruikt om mijn liedjes met Marion te oefenen en alle teksten wat aan te scherpen. Dat is goed gelukt en nu verlang ik weer naar de drukte van de stad, want als je hier komt zonder doel, word je als jongen uit de stad gillend gek. 

Ik zal voor half augustus opnieuw op zoek gaan naar een rustige plek om zoveel mogelijk mijn teksten uit het hoofd te leren. Uiteindelijk wordt mijn programma door het uitstel alleen maar beter. 

Ik zie jullie graag op 2 september in Het Werftheater. 

Mocht je spijt hebben dat je geen kaartje hebt besteld? Stuur dan een mailtje naar toon@toondewoordenbende.nl. Bij minimaal 25 aanmeldingen verzorg ik ergens in oktober/november een optreden in het Aluin theater in Utrecht. Een kaartje zal tussen de 12 en de 15 euro gaan kosten. 

Het theaterdebuut op 25 mei

Gaat niet door, omdat Rutte het zei

Corona, ooit een lekker biertje 

Verstoort menig pleziertje

Een keiharde moordenaar

Maakte ons hele land onklaar

Zorgt nog steeds voor veel leed

Tot wanneer? Niemand die het weet

Laat iedereen er weer bovenop komen

Laat iedereen weer wegdromen

Van een nieuwe wereld

Die nog niet is verteld

En dat theater 

Dat komt later

Echt, het komt er 

In september

Wat nu belangrijk is

Is straks geschiedenis

Nu lijkt het nog raar 

Straks knuffelen wij elkaar

De bekerfinale

Deze dag, een finale die ik verzin

Opstappen op de boot is het begin

Kaj, Joost en Kevin een lekker biertje op

Jaap de dirigent klimt de tafel op

Lotte en Wendy halen baco, bier en cola

Prinsie en Paul en Ricky vrezen een drama

Elke honderd meter of iets later

Klinkt de UUUUU over het water

De zon kleurt de boot rood wit

Witte lijven kleuren rood voor wie in zon zit

Wij roepen ‘één ding is zeker’

Uuuuutreg wint de beker

Zoet doet wat hij doen moet

Hij stopt alles met hand en voet

0 – 0, nog 10 seconden, hoekschop

Maarel neemt hem op zijn kop

De bal gaat tussen de palen

Wij juichen en kakkerlakken balen

Die beker is voor FC Utrecht

Onze spelers winnen dit gevecht

Zo zal het in de finale gaan

De kakkerlakken gaan er aan

Misschien pas over een jaar

Staat die beker daar voor ons klaar

Dakloos

Vorige week besloot ik van de stille avond in Utrecht en de super maan te profiteren. De stilte was wezenloos en het hart leek uit de stad weggerukt. Desondanks heb ik mooie en normaal gesproken onmogelijke foto’s gemaakt. Zomaar uit het niets zag ik vanuit mijn ooghoek dat er een dame mijn richting op kwam gelopen. Zo’n dame die je kan uittekenen na een avond schouwburgbezoek. Keurig gekleed, en waar niets fout mee kan gaan, met dit verschil dat zij alleen was in deze wezenloze stille stad. Zij was een jaar of vijftig schat ik. 

Op een afstand sprak zij mij aan: ‘Mijnheer? Ik ben dakloos kunt u mij helpen aan wat kleingeld voor het nachtonderkomen?’ Zo! Die had ik niet aan zien komen. Ik moest even snel schakelen voor ik kon vertellen dat ik haar hier niet mee zou kunnen helpen. Ik heb eigenlijk nooit los geld bij mij omdat ik alles met pin betaal, maar de echte reden dat ik geen geld geef is het verslavingsprobleem dat ik in mijn directe omgeving heb meegemaakt. 

Ik vertelde haar dan ook dat ik nooit geld geef. Zichtbaar teleurgesteld antwoorde zij netjes ‘Ok, dank u wel.’ Zij draaide zich om en liep verder de stad in, mij vol vraagtekens achterlatend. Ik voelde mijn niet schuldig want geld geven kan gewoon niet wanneer je niet weet hoe iemand in zo’n situatie is beland. Ik nam mij voor de volgende keer een zak krentenbollen mee te nemen. Eten geven mag natuurlijk altijd, daar help je ze mee. Dagenlang bleef het beeld van deze keurige dame op mijn netvlies hangen. Wat zal haar verhaal zijn?  

Bij het maken van foto’s

Van een stad stil en wezenloos

Kwam daar een dame aangelopen

Goed gekleed, haar ogen vroegen vertrouwen

Mijnheer, ik ben dakloos

En ik was sprakeloos

Deze keurige mevrouw

Stond gewoon in de kou

Kunt u wat los geld missen

Ik had alleen een pas om te pinnen

Ik geef ook nooit geld

Dank u, zei ze teleurgesteld

Ik was uit het veld geslagen

Hoe had dit haar kunnen gebeuren

Zo netjes verzorgd, goed gekleed

En niemand die haar naam weet?

Geleerd van mijn geschiedenis 

Weet ik dat geld geven niet goed is

De volgende keer help ik graag even

Door simpel krentenbollen te geven

domkerk utrecht

Corona Utreg komp eraon

Geen mens op straat
Je bent voor niemand te laat
Fietsend door Utrecht
Komend van Overvecht

De Neude leeg en verlaten
Je ziet niemand gezellig praten
Geen drukte bij het cafe
Niemand aan het bier of rosé

De Zakkendragerssteeg
Is al dagenlang leeg
Gezelligheid is vervangen
De leegte is ons aan het stangen

Leunend tegen de Domkerk
Hoor ik gezang? Dat lijkt mij sterk
De stilte zoekt naar geluid
Mijn oren stuur ik alle kanten uit

Plots worden mijn oren verwend
Een luid telefoontje dat iedereen kent
En waar iedereen zich aan stoort
Maar gelukkig heb ik iemand gehoord

De stilte is verbroken
Een aanval op alle verboden
Met afstand gaan we je verslaan
Corona let op, Utreg komp eraon

De Stilte

De stilte in mijn stad is angstaanjagend

Straten, pleinen, ze zijn leeg, de nacht werkt vertragend

Deze nacht staat de zon hoog aan de hemel

Ondanks deze zonnige nacht is niemand aan de wandel

Kroegen hebben zich verstopt achter gestapelde terrasstoelen

Geklets en gezeik zijn vervangen door stilte, er is niets te bestellen

Ik zie niemand gezellig wijnen

Niemand staat luidruchtig te bieren 

De Oudegracht staat gelukkig nog vol met water

Geen plek te vinden, geen ober die zegt: het is vol, probeer het later

Ik ga op de brug zitten, mijn voeten boven het water, mijn armen rusten op de brugleuning

Turend over de gracht naar een volgende stille plek waar schoonheid het wint van verwijdering

Gebouwen langs de gracht stralen rust uit

Alsof zij gewend zijn aan straten zonder geluid

Zij weten het al, de drukte komt snel weer terug

En voor jij het weet zit je op terrasjes weer rug aan rug

Op lange banken, terrassen zijn nooit meer vol, wij schuiven op

Wij willen samen zijn, nooit afstand meer, oude tijden zetten we stop

Mijn stad, mijn wijk, mijn buren, familie, collega’s, kinderen en kleinkind, ik heb ze nooit zo gemist

De oorlog tegen deze eenzame stilte gaan wij winnen, want geluk kan nooit zomaar worden uitgewist

Diva gedrag

Langzaamaan beginnen wij allemaal een beetje te wennen aan de gedeeltelijke lockdown. De programma’s over het virus die ik in het begin een beetje te fanatiek bekeek, sla ik nu nog wel eens over. De klusjes in huis zijn zo langzamerhand ook wel gedaan en gisteren betrapte ik mij erop dat ik het voetbal in het weekend al begin te missen. Nog niet eens het voetbal zelf, maar meer het jennen dat erbij hoort. In het weekend verstuur ik diverse voetbal-appjes om collega’s, vrienden en familie te jennen wanneer het even niet goed gaat met hun cluppie. En omgekeerd wanneer het niet zo goed gaat met mijn cluppie, ontvang ik ze retour en zo hoort het ook. 

Maar gisteren had ik echt zoiets van:  hhhmmm echt nergens geen voetbal en ineens begonnen mijn voetbalvrienden op de app over een wedstrijd van jaren geleden te discussiëren. Ppfft moet dit voorlopig elk weekend zo gaan? Ik ben gek op voetbal maar met oude wedstrijden kan ik mij echt niet vermaken, hoe heroïsch ze ook zijn geweest. Op dat moment betrapte ik mijzelf op kleinzielig DIVA gedrag en ben ik maar met mijn voetbalvrienden gaan appen over die heroïsche bekerfinale die we met 4-1 van Feyenoord wonnen. 

En de wedstrijd voor volgend weekend? Daar gaan we deze week over appen. 

Corona rolt maar door 

Het voetbal gaat niet door 

Niemand om te jennen 

Verliezers zijn nergens te bekennen

Geen vol uitvak naast mij 

Geen appje van dat clupje aan Het IJ

Ook niks uit de Kuip of Breda

Supporters zijn aan het knokken tegen corona

Man, zit niet zo te janken

Over een tijdje gaat de bal weer over de flanken

Gaan de appjes over en weer 

En zitten wij weer vast in het verkeer 

Alles zal dan anders zijn

Wat zal het knuffelen fijn zijn

Ik zal mijn hand van ver al uitsteken 

Ik heb je gemist!, zal ik uitspreken