De bekerfinale

Deze dag, een finale die ik verzin

Opstappen op de boot is het begin

Kaj, Joost en Kevin een lekker biertje op

Jaap de dirigent klimt de tafel op

Lotte en Wendy halen baco, bier en cola

Prinsie en Paul en Ricky vrezen een drama

Elke honderd meter of iets later

Klinkt de UUUUU over het water

De zon kleurt de boot rood wit

Witte lijven kleuren rood voor wie in zon zit

Wij roepen ‘één ding is zeker’

Uuuuutreg wint de beker

Zoet doet wat hij doen moet

Hij stopt alles met hand en voet

0 – 0, nog 10 seconden, hoekschop

Maarel neemt hem op zijn kop

De bal gaat tussen de palen

Wij juichen en kakkerlakken balen

Die beker is voor FC Utrecht

Onze spelers winnen dit gevecht

Zo zal het in de finale gaan

De kakkerlakken gaan er aan

Misschien pas over een jaar

Staat die beker daar voor ons klaar

Diva gedrag

Langzaamaan beginnen wij allemaal een beetje te wennen aan de gedeeltelijke lockdown. De programma’s over het virus die ik in het begin een beetje te fanatiek bekeek, sla ik nu nog wel eens over. De klusjes in huis zijn zo langzamerhand ook wel gedaan en gisteren betrapte ik mij erop dat ik het voetbal in het weekend al begin te missen. Nog niet eens het voetbal zelf, maar meer het jennen dat erbij hoort. In het weekend verstuur ik diverse voetbal-appjes om collega’s, vrienden en familie te jennen wanneer het even niet goed gaat met hun cluppie. En omgekeerd wanneer het niet zo goed gaat met mijn cluppie, ontvang ik ze retour en zo hoort het ook. 

Maar gisteren had ik echt zoiets van:  hhhmmm echt nergens geen voetbal en ineens begonnen mijn voetbalvrienden op de app over een wedstrijd van jaren geleden te discussiëren. Ppfft moet dit voorlopig elk weekend zo gaan? Ik ben gek op voetbal maar met oude wedstrijden kan ik mij echt niet vermaken, hoe heroïsch ze ook zijn geweest. Op dat moment betrapte ik mijzelf op kleinzielig DIVA gedrag en ben ik maar met mijn voetbalvrienden gaan appen over die heroïsche bekerfinale die we met 4-1 van Feyenoord wonnen. 

En de wedstrijd voor volgend weekend? Daar gaan we deze week over appen. 

Corona rolt maar door 

Het voetbal gaat niet door 

Niemand om te jennen 

Verliezers zijn nergens te bekennen

Geen vol uitvak naast mij 

Geen appje van dat clupje aan Het IJ

Ook niks uit de Kuip of Breda

Supporters zijn aan het knokken tegen corona

Man, zit niet zo te janken

Over een tijdje gaat de bal weer over de flanken

Gaan de appjes over en weer 

En zitten wij weer vast in het verkeer 

Alles zal dan anders zijn

Wat zal het knuffelen fijn zijn

Ik zal mijn hand van ver al uitsteken 

Ik heb je gemist!, zal ik uitspreken

De Bunnikside en de meermanskaart

In de tijd dat ik veertien jaar oud was, bezocht ik al uitwedstrijden van FC Utrecht. Dat was toen niet georganiseerd, wij hadden in die tijd geen whatsapp om af te spreken. Dus na de laatste wedstrijd werd een verzameltijd op het station afgesproken. Vaak werd dat om een uur of elf op het Centraal Station. Meestal waren we met een man of dertig of het moest zo zijn dat we tegen Ajax of Feyenoord moesten spelen, dan waren wij met een paar honderd man. 

In die tijd kon je een meermanskaart kopen, dat was een kaart waarop je met vijf man kon reizen. Die kaart was goedkoper dan een los kaartje. Zeker op de manier waarop wij hem gebruikten, wij kochten er maar één en reisden er met dertig man op.

Hoe deden wij dat? Nou dat was niet zo moeilijk, je kunt het je niet voorstellen, maar heel vaak was er geen politiebegeleiding aanwezig en wij wisten natuurlijk best dat een conducteur geen zin in gedoe had. Bij controle van de conducteur lieten wij netjes de kaart zien, hij telde de vijf personen en controleerde de mensen aan de andere kant. Wij zorgden ervoor dat wij achter elkaar zaten en de kaart werd vlot doorgestoken naar de stoelen achter ons. Zo ging dat door tot iedereen gecontroleerd was. Soms konden we niet iedereen achter elkaar kwijt en moesten er een paar zich verstoppen onder de banken. Sommigen van die gasten onder de bank wilden wel eens weten hoever ze konden gaan en tijdens de controle trokken ze aan de broekspijpen van de controleur. Vaak gaf deze geen kik, een ander keek even op en zei dan: ‘je kan beter op de bank gaan zitten dan op de vieze vloer gaan liggen’. En dan had je nog degene die dan wél wilden bekeuren, maar wat begin je tegen een man of dertig die om je heen komen staan. Kortom het reizen was vaak voordelig.

Wij liepen niet in voetbalshirts, maar droegen sjaaltjes en vlaggen met bezemstelen als vlaggenstok. Dat was als het nodig was ook een handig wapen. Wij kwamen altijd zingend het station uit en gingen vaak lopend richting het stadion van de tegenstander. Langs die weg hadden wij veel bekijks en liet men ons met rust, omdat wij in die tijd al een behoorlijk slechte naam hadden.

Zo gingen wij ook eens naar een uitwedstrijd tegen Go Ahaed Eagles in Deventer. Aan het stadion stonden bij de ingang van die houten hokjes waar je kaartjes kon kopen. Wij wilden hier natuurlijk ook niet betalen. Dus werd het volgende afgesproken: bij het loket waar we de kaartjes konden kopen riepen wij dat de persoon achterin de rij zou betalen. Dat was vaak de grootste en de sterkste van ons allemaal en wanneer hij aan de beurt was vroeg hij om één kaartje. ‘Maar je zou toch voor allemaal betalen’, vroeg de man achter zijn loket dan. ‘Donderstraal op’, werd er dan geantwoord, ‘je denkt toch niet dat ik voor die gasten ga betalen? Ik heb alleen maar een kaartje voor mijzelf nodig’. Hij kocht dan een kaartje en wij waren allang binnen.

Net voor de tribune stond een houten winkeltje waar je drank, snoep enzovoorts kon kopen. Je raadt het al, binnen een mum van tijd was het winkeltje leeggeroofd.

Op de tribune hadden wij alle ruimte omdat de ‘thuis’-supporters ons de ruimte gaven. Zij stonden op gepaste afstand dicht tegen elkaar aan, waardoor wij erg ruim konden staan. Op een geven moment kwam de politie naar een van ons toe en vertelde dat de mensen van het winkeltje van de omzet moesten leven. De pet werd van de agent zijn hoofd gegrist en er werd bij ons, maar ook bij de supporters van de tegenstander langs gegaan. Ook al hadden deze supporters geen deel genomen aan onze jatpartij, deden ze toch maar geld in de pet. Zo werd de omzet van die mensen weer goed gemaakt. De agent ging met een pet vol geld naar de mensen van het winkeltje toe. Wij waren geen lieverdjes maar op zo’n moment moest er gewoon voor die mensen gedokt worden.

Dat wij geen lieverdjes waren bleek vaak na de wedstrijd waar wij dan de tegenstanders opzochten voor een matpartij. Dat ging er vaak hard aan toe met stokken en kettingen. Een aantal van ons werd altijd wel opgepakt. Op de terugweg had de trein regelmatig vertraging omdat er aan de noodrem werd getrokken. Dit had weer tot gevolg dat wij in Utrecht werden opgewacht door de Spoorwegpolitie met de nodige honden. Ook hier werden er altijd weer een paar van ons opgepakt.

Op maandag wisten wij niet hoe snel we een krant moesten kopen om te kijken wat er nu weer over de Bunnikside geschreven werd.

De Bunnikside in de zeventiger jaren, je kan er over denken wat je wilt, maar ik heb als jonge jongen veel geleerd over vriendschap en steun aan elkaar. Wij lieten elkaar niet vallen en kwamen altijd voor elkaar op, want het ging over vriendschap, clubliefde en aanzien. Wij waren jong en dachten zeker niet na over de gevolgen van onze daden. Dat kwam bij de meesten van ons later pas.

Met de trein naar een uitwedstrijd in de jaren zeventig
Een meermanskaart voor vijf personen telde bij ons voor dertig
Lopend naar een stadion, langs de kant van de weg keken inwoners verbaasd naar ons
Er was er maar één die een kaartje kocht, bij de man in het loket een verbaasde frons

Na de wedstrijd werd er vaak geknokt
En onderweg werd de trein regelmatig gestopt
Een aantal van ons moesten in een cel overnachten
Als troost stonden hun koppen in de kranten

Wanneer de kranten hun namen vermeldden
Waren zij een hele week lang de voetbalhelden

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401

Het E-book met mijn verhalen kan je downloaden voor maar 2,95

https://www.boekenbestellen.nl/ePUB/toon-de-woordenbende/33927




Het stadion met alleen maar skyboxen

Het stadion met alleen maar skyboxen.
Natuurlijk bestaat zoiets niet, ik was een jaar of dertien toen wij naar een flat op het Schonauwensingel in de wijk Hoograven verhuisden. Dat was een nette buurt zei mijn vader.

Gelukkig viel dat wel mee, het was zeker niet zo’n buurt als het Zwartewater, maar erg veel scheelde het ook weer niet.
Ons ‘stadion’ bestond uit vier flatblokken met daar tussenin een groot grasveld.

Op dat veld werd altijd met een man of twintig gevoetbald. Je kent dat wel, aan elke kant van het veld een stapel jassen die als doelpaal dienden. De twee teams werden gevormd door het moment van aankomen lopen. Speelde op dat moment team A met negen man en team B met tien man dan speelde je automatisch met team A mee. Iedereen kon altijd meedoen.

Op bijna alle balkons stonden vooral de vaders vanuit hun ‘skyboxen’ met een biertje in de hand te kijken. De aanwijzingen en commentaren verschilden niet veel van die je op zondag in het stadion hoorde. Schieten, leg hem neer, oooooeeeeeiiii, let eens op! Van vaders waarvan hun zoon flink werd onderuit gehaald moest niet veel mededogen worden verwacht. Opmerkingen van vaderlief als ‘ja joh opstaan, had je maar moeten opletten’ en ‘daar word je hard van’ waren niet van de lucht. Ook 7 je een flinke trap had gehad en barstte van de pijn liet je niets merken, want je kreeg toch geen steun van je oude heer.

Regelmatig vonden de vaders dat zij ook maar eens moesten laten zien dat zij konden voetballen. Dan was het de oudjes tegen de jonkies. De oudjes vergaten elke keer weer dat zij zo langzamerhand een aardige buik hadden gevormd en de conditie ook niet meer zo goed was. Met fysieke kracht en harde tackels redt je het maar even tegen geharde jonge pubers van veertien tot achttien jaar oud. Snel kwamen ze dan met een voorstel om de teams te mengen. Deze wedstrijden gingen dan door tot het zo donker was dat je de bal niet meer kon zien. De eerste week daarna deden de oudjes niet meer mee en bleven ze toekijken vanaf hun balkons (‘skyboxen’) waar ze werden bediend door moeder de vrouw met een biertje in de hand. Zij bleven ‘adviezen’ geven en hadden vooral onderling vooral veel schik met elkaar.

Het Voetbalveld tussen de vier flatgebouwen
De balkons dienden als skyboxen waar vaders riepen hoe we op moesten bouwen
Kijkend hoe hun kinderen vol van het spel genoten
Niemand had hetzelfde shirt aan en toch wist je wie zich bij jou had aangesloten

Altijd hard en toch sportief, watjes veranderden in grote pubers die je niet meer opzij kon zetten
Vaders deden soms mee, gewicht en jaren werkten tegen, zweten en hijgen deed ze zwijgen
Maar op het balkon waren het trainers die het allemaal beter wisten
Er was nooit ruzie, maar fijnzinnig en scherp werd gereageerd op hen die de bal uit het net visten

Een stadion van vier flat gebouwen, zonder tribune maar met balkon en plaats voor hooguit twee
Altijd werd er meegeleefd en als zij zich niet konden inhouden, dan deden ze gewoon mee

Mark van der Maarel

Al vanaf de oprichting van FC Utrecht ga ik zondags naar de wedstrijden van FC Utrecht.

In al die jaren heb ik tientallen spelers voor mijn mooie club zien spelen van eendagsvliegen tot en met markante spelers zoals Leo van Veen, Joop van Maurik, Ben Rietveld, Willem van Hanegem enz.

Naast markante spelers, broodspelers, trainers enz. Heb je ook spelers die bijzonder zijn voor club en supporters. Zo’n speler is Mark van der Maarel, Een jongen met karakter spelend naar zijn mogelijkheden. Een verdediger die je nooit kwijt raakt, want een speler die hem voor bij is, is hem zeker niet kwijt. Want hij staat op en binnen twee seconden staat hij weer voor zijn neus, en probeer hem maar weer eens voorbij te komen. En de keren dat hij de bal van de doellijn haalt zijn intussen niet meer te tellen.

Elk seizoen wordt er een betere verdediger gekocht, en elk seizoen verovert hij zijn plek weer terug. Het is een speler die door supporters op handen wordt gedragen, ook al zijn er tijden geweest dat hij werd uitgefloten. Een misser van ons allemaal waar wij ons nog voor schamen.

Ook dit seizoen is hij weer op de bank gestart. Maar ik ben er van overtuigd dat hij zijn plek weer terug pakt.

Maarel linker vleugel verdediger van Utreg
Passeerbaar? Je denkt, hij is weg
Maar dan staat hij in eens weer voor je neus
Start het seizoen nooit als eerste keus

Hij blijft rustig, maar als hij invalt dan?
Ja dan, eindigt hij het seizoen als beste man
Is de keeper gepasseerd ?
de bal wordt door hem van de doellijn gekeerd

Elk jaar wordt er een vervanger gekocht
Die later maar beter kan worden verkocht
Zijn passie is niet te verslaan
Zijn hart is roodwit en klopt voor Utreg

Het zit vast in het Maarelse lichaam
Het is een lopende motor zonder pech
Rare fratsen zal hij nooit uithalen
En fouten? Die maakt hij volgens de verhalen

Maarel is niet perfect
Maar bijna elke fout wordt met passie en inzet
Door onze Maarel ongedaan gemaakt
Hij heeft de Utregse mentaliteit met het hart geraakt

Heb je genoten van dit verhaal, lees mijn boek dan eens. De opbrengsten van het boek gaan naar de YWC KLINIEK. 
Het boek is te bestellen op:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/toon-de-woordenbende/31401