Thuiswerken

schilderij als motivatie voor gedicht

En ineens was daar weer de oproep
Werk alleen thuis, niet als groep
Op kantoor werken kan niet meer
Het is niet erg, maar het doet zeer

De muren schuiven naar mij toe
Gesprekken zijn taboe
Zittend op een matje naast een plant
Doos op mijn hoofd, neus tegen de wand

De plant van kantoor meegepikt
Het licht wordt niet aangedikt
Stralen verwarmen het rode kleed
Werken zoals ik nooit eerder deed

De doos is mijn nieuwe werkplek
Een ruimte met oneindig veel rek
Mooi ingericht en alles bij de hand
Dat zie je pas als hij op je hoofd belandt

Gedicht n.a.v. schilderwerk Marion Smit

https://marionuitutrecht.wixsite.com/website

Stuffie Hoograven

In de jaren zeventig verhuisden wij van het Zwartewater naar Hoograven. Eindelijk hadden mijn ouders een fatsoenlijk gezinsappartement toegewezen gekregen. Ruim, en voor ons allemaal een eigen kamer, aan de voorkant uitkijkend op het Schonauwensingel, aan de achterkant lag tussen de gebouwen in een mooi voetbalveldje.

Het hele gezin was er blij mee en mijn broer en ik maakte ook snel vrienden in deze buurt. Al snel kwam op een vrijdag de vraag ‘Ga je vanavond mee naar Stuffie’?  ‘Stuffie, wat is dat?’  ‘Daar is vanavond disco’, werd er kort meegedeeld. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en natuurlijk ging ik mee. Ik keek die avond mijn ogen uit we liepen naar een houten gebouwtje waar al de nodige muziekgeluiden uitkwamen. Op het terrein van Stuffie stonden fietsen en vooral Zundapp bromfietsen die gelijk mijn aandacht trokken. Ik keek mijn ogen uit, wat een gave dingen. Binnen was een ruimte met een verhoging waar de discjockey zijn platen draaide.

Tot op dat moment had ik nog niet zo veel van de toen hedendaagse muziek meegekregen. Er werd van alles gedraaid maar die muziek van Deep Purple en Ten Years After, WOW! Je kon er voor weinig wat te drinken of te snoepen halen. Er werd rondgehangen gedanst, aan brommers gesleuteld en ook wel gevochten, soms onder elkaar of tegen groepen uit andere wijken. Het was een plek waar ik mij in die jaren gelijk thuis voelde. Ik heb daar talloze verkering drama’s meegemaakt en de nodige vriendschappen gesloten.

Ook had Stuffie een sociale functie. De straathoekwerkers die daar rondliepen waren er voor ons. Gesprekken die daar gevoerd werden bleven binnen de muren van Stuffie. Deze straathoekwerkers kwamen uit dezelfde wijk en kenden hun pappenheimers wel. Ze konden je een aai over je kop geven maar ook met even veel gemak een schop voor je donder wanneer dat nodig was. Ook sleutelden zij enthousiast mee aan je brommer. Wij hadden natuurlijk niet door dat zij tijdens het sleutelen ongemerkt de nodige informatie over je thuissituatie, schoolproblematiek en andere problemen van je door kregen. Wanneer jij dan thuis, op school of met de politie in de problemen kwam, konden zij je helpen of bemiddelen. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer er in deze tijd meer van dit soort opvangmogelijkheden voor de jeugd zou zijn, de jeugdcriminaliteit ook een stuk minder zou zijn.

Voor mij was het een tijd die ik niet heb willen missen.

Stuffie een houten barak

Voor ons een onderdak

Je kon daar rondhangen

Dansen en headbangen

Sleutelen aan je bromfiets

Ruziën om niets

Verkeringen gingen aan en uit

Oplossingen voor wat je had verbruid

Problemen werden daar weggevaagd

Voor een oplossing werd je uitgedaagd

Je leerde voor jezelf opkomen

Zo konden wij in ons leven verder komen

De korte nacht

Dat deze coronatijd ons veel ongemakken oplevert is wel duidelijk. Ik werd daar dit weekend weer mee geconfronteerd. Mijn kleinzoon werd twee jaar en dat zou zondag gevierd worden. Normaal gesproken loopt op zo’n dag het huis van mijn zoon en schoondochter gedurende de dag vol met familie, ouders met kleine kinderen uit de buurt en natuurlijk opa’s en oma’s. Het is dan een kabaal van jewelste en eigenlijk ben je dan opgelucht dat je na een paar uur naar huis kunt. 

Vanwege corona was de verjaardag in etappes verdeeld; er werd gevraagd of we het erg vonden om zondagmorgen om 10 uur te komen. Eeeuuu, slik, 10 uur op zondagmorgen? Dat is meestal mijn plaspauze waarna ik weer even lekker verder ga tukken. Maar goed voor je kleinzoon heb je alles over en het is ook weer niet midden in de nacht. Dus antwoordde ik: nee natuurlijk niet, geen probleem wij zullen er zijn.  

Zaterdagavond ontvang ik een app, mijn jongste zoon. Hij was die dag voorzitter bij een online marathon meeting voor jeugdige verslaafden. Zoals de meesten van jullie weten is mijn zoon verslaafd en al meer dan twee jaar clean. 

Deze coronatijd is voor verslaafden rampzalig en daarom zijn meetings voor verslaafden keihard nodig. Vanwege de coronamaatregelen zijn deze meetings ook niet meer toegestaan. Voor bijna elke verslaafde is dit een ramp, verveling of afzondering is heel slecht en zeker voor jeugdige verslaafden vanaf 12 à 13 jaar tot een jaar of 25 is deze tijd best wel zwaar. Deze online (marathon) bijeenkomsten werden georganiseerd vanuit Rotterdam zuid en waren pas ‘s avonds om een uur of 11 afgelopen. 

Hij is afhankelijk van het openbaar vervoer en appte dat hij pas na 01:00 uur ‘s nachts op het CS van Utrecht zou zijn en dat er dan geen bus of tram meer naar zijn huis in Nieuwegein zou vertrekken. Daarop volgend vroeg hij mij: zou jij me op kunnen pikken en even naar Nieuwegein willen brengen? Als vanzelfsprekend doe ik dat. 

Mmmm, dat wordt een kort nachtje voor je, hoorde ik naast mij. Daar had ik even niet bij stil gestaan, de volgende ochtend om 10 uur moest ik natuurlijk op de verjaardag van mijn kleinzoon zijn. Niets aan te doen, ik heb mijn jongens al jong verteld dat wanneer je niet thuis kan komen om wat voor reden dan ook, laat het mij weten dan kom ik jullie gewoon oppikken.

 Dat soort uitspraken wordt best wel lang onthouden, maar buiten dat heeft hij heeft zijn hele dag besteed aan het helpen van zijn fellows (verslaafden die clean zijn noemen elkaar fellows), dat is iets wat mij elke keer weer trots maakt. Neem van mij aan dat meetings voor verslaafden keihard nodig zijn, dus ergens tussen kwart over één en half twee pikte ik hem op bij het CS. Ik ben snel naar Nieuwegein gereden heb hem daar afgezet en ben weer terug naar huis gereden en om een uur of half drie lag ik weer in mijn bed. De volgende ochtend had Marion de ontbijttafel al klaar zij was wat eerder opgestaan, om half negen kon ik zo aanschuiven, om mij vervolgens door het water van de douche echt wakker te laten worden. Fris en vrolijk vertrokken we met het cadeau onder de arm richting mijn kleinzoon.  

Wanneer je dan dat kleine jongetje ziet rond huppelen vergeet je alles. Hij doet je alles vergeten, de korte nacht, de coronatijd, het gemis van je collega’s, vrienden en familie. Dat kind is een soort toverstaf, hij maakt mijn wereld in elk geval altijd weer vrolijk. 

Mijn zoon deed wat voor anderen en dat maakt dat ik zonder probleem wat van mijn nachtrust inlever. Dat werd allemaal weer beloond door de lach van mijn kleinzoon. 

De korte nacht 

Die had ik niet verwacht

Mijn kleinzoon jarig

Mijn zoon bezig

Hij helpt anderen 

Met veranderen

Hij haalt de laatste trein 

Maar niet de bus naar Nieuwegein

Pa, kan jij mij oppikken

Natuurlijk, al was het even slikken

Al werd het een hele korte nacht

Ik heb hem toch thuis gebracht

Na een paar uurtjes slapen 

Rustig wakker worden en lekker ontbijten 

Op stap met een cadeau voor die kleine man

Zijn lach maakt dat ik er weer tegen kan

Demente moeder en corona

Gisterenochtend tijdens een Teams overleg vertelde een collega over zijn demente schoonmoeder die het vanwege corona niet lang meer zou maken. Hij vertelde hoe moeilijk het al was om zonder corona contact te maken en hoe moeilijk het is om nu ook niet bij haar te zijn. Aan het middagoverleg nam hij niet deel, zijn schoonmoeder was al overleden. 

Wazig kijkt zij de wereld in

Herkent niemand van je gezin

Wat haar ogen zien kan je niet verzinnen 

Je komt niet altijd bij haar binnen 

De deur staat wel open en een enkele keer 

Soms heel even, herkent zij je weer 

Een lach van vijf seconden zal jullie binden

Daarna kom je niet meer binnen

Corona viel haar laf aan

Hierdoor kwam zij alleen te staan

Haar laatste lach en heldere ogen vertellen mooie dingen

Alsof zij zegt: ik ben je niet vergeten hoor, kom maar binnen

De platenbak en de brief

Vorige week belde mijn zoon: Pa, ik kan mijn hoeveelheid LP’s niet meer kwijt. Ja, je leest het goed mijn zoon van 25 heeft het over LP’s. Terwijl ik hypermodern mijn muziek op Spotify beluister, tilt hij een naald op en draait hij halverwege de LP om. Elke LP wordt secuur door hem afgestoft en dan pas afgespeeld. Ik snap daar niets van, want waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan. 

Maar dat gevoel verdwijnt tijdens het draaien van Pink Floyd, The Stones, Jim Morisson, Nirvana of Jimmy Hendrix. Hij kent alle verhalen van deze artiesten en vertelt daar vermakelijk over

In het grote klaslokaal waar hij woont heeft hij twee grote banken staan. Meestal strekken wij ons dan uit en gaan liggen luisteren, zeker in deze tijd heb je niet meer nodig. Maar goed er moest een platenbak komen. Misschien ken je dat nog wel, zo één die ook in platenwinkels staan en waarachter je op je gemak door de LP’s kan ‘bladeren’.

Gisteren was mijn vrije dag en gingen wij samen op tijd naar Hornbach waar het gelukkig nog niet druk was. Voor we begonnen werd er eerst een bakkie gedronken en tijdens deze eerste van vele pauzes las ik even mijn mail door. 

Een mail met een persoonlijke brief aan mij gericht. Nieuwsgierig als ik ben begon ik deze brief meteen te lezen. Jaja, ik ben een grote jongen maar hier werd ik stil van. 

Het begon met ‘Lieve Toon’, nou zo’n lieverdje ben ik niet hoor, dacht ik en ik las verder. 

Dan lees je dat er van mijn verhalen genoten wordt en je leest het goed, er zelfs naar uitgekeken wordt. Mijn zoon keek mij tijdens het lezen aan en vroeg: ‘Pa, wat ben jij stil, is er iets ergs gebeurd?’ ‘Nee jochie, maar er is wel iemand die mij niet zo goed kent en mij toch weet te ontroeren.’

Ik ben een grote man, maar regelmatig merk ik dat ik maar een klein hartje hebt. Even zuchten en verder lezen en dan merk je dat tekst en gevoel niet altijd goed overkomen. In mijn laatste stukje poëzie kwam ik treurig en boos over. Dat was eigenlijk niet de bedoeling, want ik ben bijna nooit boos, ik ben eerder een soort van blij ei. 

Ik weet niet of jullie wel eens van het woord ‘schenden’ gehoord hebben, oude Utrechters deden dat veel. Het is even (soms grof) reageren op iemand of een situatie, maar altijd eindigen met: ‘aaahhhh het is een goed jochie’ of ‘aaahhh dit gaat ook weer voorbij’. 

Ik ben de corona soms goed zat, maar als ik zie wat wij ervoor terug krijgen maakt dit mij oprecht gelukkig. Ik geloof in het goede van de mens en dit werd o.a. bewezen door deze briefschrijfster die mij deze lieve en oprechte brief schreef. Mede door deze brief hebben wij gisteren zonder al te veel problemen een mooie platenbak in elkaar getimmerd. 

Lieve mensen, laten wij op deze manier doorgaan. Blijf genieten, elkaar opbeuren en helpen, dat heeft mij gisteren vleugels gegeven. 

De bouw van een platenbak

Even zitten op je gemak 

Muziek, Joe Cocker met The Letter 

Een brief, mijn hart slaat even over

Letters klinken anders dan bedoeld

Met muziek wordt het beter aangevoeld

Joe zingt ‘The lonely days are gone’

Ooit vraag je ‘Weet jij nog hoe corona begon?’

Dakloos

Vorige week besloot ik van de stille avond in Utrecht en de super maan te profiteren. De stilte was wezenloos en het hart leek uit de stad weggerukt. Desondanks heb ik mooie en normaal gesproken onmogelijke foto’s gemaakt. Zomaar uit het niets zag ik vanuit mijn ooghoek dat er een dame mijn richting op kwam gelopen. Zo’n dame die je kan uittekenen na een avond schouwburgbezoek. Keurig gekleed, en waar niets fout mee kan gaan, met dit verschil dat zij alleen was in deze wezenloze stille stad. Zij was een jaar of vijftig schat ik. 

Op een afstand sprak zij mij aan: ‘Mijnheer? Ik ben dakloos kunt u mij helpen aan wat kleingeld voor het nachtonderkomen?’ Zo! Die had ik niet aan zien komen. Ik moest even snel schakelen voor ik kon vertellen dat ik haar hier niet mee zou kunnen helpen. Ik heb eigenlijk nooit los geld bij mij omdat ik alles met pin betaal, maar de echte reden dat ik geen geld geef is het verslavingsprobleem dat ik in mijn directe omgeving heb meegemaakt. 

Ik vertelde haar dan ook dat ik nooit geld geef. Zichtbaar teleurgesteld antwoorde zij netjes ‘Ok, dank u wel.’ Zij draaide zich om en liep verder de stad in, mij vol vraagtekens achterlatend. Ik voelde mijn niet schuldig want geld geven kan gewoon niet wanneer je niet weet hoe iemand in zo’n situatie is beland. Ik nam mij voor de volgende keer een zak krentenbollen mee te nemen. Eten geven mag natuurlijk altijd, daar help je ze mee. Dagenlang bleef het beeld van deze keurige dame op mijn netvlies hangen. Wat zal haar verhaal zijn?  

Bij het maken van foto’s

Van een stad stil en wezenloos

Kwam daar een dame aangelopen

Goed gekleed, haar ogen vroegen vertrouwen

Mijnheer, ik ben dakloos

En ik was sprakeloos

Deze keurige mevrouw

Stond gewoon in de kou

Kunt u wat los geld missen

Ik had alleen een pas om te pinnen

Ik geef ook nooit geld

Dank u, zei ze teleurgesteld

Ik was uit het veld geslagen

Hoe had dit haar kunnen gebeuren

Zo netjes verzorgd, goed gekleed

En niemand die haar naam weet?

Geleerd van mijn geschiedenis 

Weet ik dat geld geven niet goed is

De volgende keer help ik graag even

Door simpel krentenbollen te geven

domkerk utrecht

Corona Utreg komp eraon

Geen mens op straat
Je bent voor niemand te laat
Fietsend door Utrecht
Komend van Overvecht

De Neude leeg en verlaten
Je ziet niemand gezellig praten
Geen drukte bij het cafe
Niemand aan het bier of rosé

De Zakkendragerssteeg
Is al dagenlang leeg
Gezelligheid is vervangen
De leegte is ons aan het stangen

Leunend tegen de Domkerk
Hoor ik gezang? Dat lijkt mij sterk
De stilte zoekt naar geluid
Mijn oren stuur ik alle kanten uit

Plots worden mijn oren verwend
Een luid telefoontje dat iedereen kent
En waar iedereen zich aan stoort
Maar gelukkig heb ik iemand gehoord

De stilte is verbroken
Een aanval op alle verboden
Met afstand gaan we je verslaan
Corona let op, Utreg komp eraon

Wanneer je collega geraakt wordt

Ondanks alle maatregelen en diepe loopgraven

Dikke deuren thuis die alleen open gingen voor wat boodschappen

Toch heeft het virus als sluipschutter zijn kans gepakt

Onzichtbaar, laf als een zakkenroller heeft hij je weerstand gejat

Moe en benauwd, maar vastberaden met zuurstof als wapen

Vecht je terug, samen met het leger artsen en verplegenden

In je dromen schiet je terug met antivirus geschut

Tijdens het gevecht word je verzorgd Omdat het gevecht je anders uitput

Aan het eind stoffen wij onze auto’s af en leren hem de weg weer vinden

Naar het kantoor en triomfantelijk loop jij als een winnaar binnen

Net als jij en jij en ja ook jij daar, staand naast elkaar met hooguit tien cm afstand

Die anderhalve meter wordt door ons voor de goede diensten bedankt

De Stilte

De stilte in mijn stad is angstaanjagend

Straten, pleinen, ze zijn leeg, de nacht werkt vertragend

Deze nacht staat de zon hoog aan de hemel

Ondanks deze zonnige nacht is niemand aan de wandel

Kroegen hebben zich verstopt achter gestapelde terrasstoelen

Geklets en gezeik zijn vervangen door stilte, er is niets te bestellen

Ik zie niemand gezellig wijnen

Niemand staat luidruchtig te bieren 

De Oudegracht staat gelukkig nog vol met water

Geen plek te vinden, geen ober die zegt: het is vol, probeer het later

Ik ga op de brug zitten, mijn voeten boven het water, mijn armen rusten op de brugleuning

Turend over de gracht naar een volgende stille plek waar schoonheid het wint van verwijdering

Gebouwen langs de gracht stralen rust uit

Alsof zij gewend zijn aan straten zonder geluid

Zij weten het al, de drukte komt snel weer terug

En voor jij het weet zit je op terrasjes weer rug aan rug

Op lange banken, terrassen zijn nooit meer vol, wij schuiven op

Wij willen samen zijn, nooit afstand meer, oude tijden zetten we stop

Mijn stad, mijn wijk, mijn buren, familie, collega’s, kinderen en kleinkind, ik heb ze nooit zo gemist

De oorlog tegen deze eenzame stilte gaan wij winnen, want geluk kan nooit zomaar worden uitgewist